
Het juiste gebruik van warmte in lange glastunnelfornuizen
Als je ooit met grote glasplaten hebt gewerkt, weet je hoe lastig dat kan zijn. Het gaat niet om de hoeveelheid energie die je naar het glas kunt sturen – het gaat erom waar die warmte precies terechtkomt. Wanneer je een tunnelfornuis gebruikt, zijn ‘koude plekken’ een groot probleem. Eén kleine temperatuurverschil over een lange afstand kan al leiden tot stressfracturen. Dat is zeker geen goede manier om de dag te beginnen.
Om dit op te lossen, maken we speciale infraroodverwarmingseenheden die een lengte van meer dan 2 meter hebben.
Problemen met lange buizen
De meeste infraroodlampen hebben een maximale lengte van 1 of 1,5 meter. Dat is prima voor kleine taken, maar voor zeer lange glasplaten vormen deze openingen tussen de lampen een probleem. Elke opening is een risico. Door de buizen langer te maken, creëren we zo een constante warmtebron.
Maar je kunt de lamp niet zomaar langer maken en daarmee klaar zijn. Je moet rekening houden met de spanning en het vermogen van de lamp. Een 2-meter lange lamp vereist veel stroom. Als we het vermogen niet goed instellen, kan de gloeidraad onder zijn eigen gewicht breken wanneer hij heet wordt. Hierdoor worden de stralingsschema’s verstoord, waardoor het weer misgaat met de warmteverdeling.
Het continu laten werken van deze systemen
We zetten deze apparaten op een manier in dat ze continu werken. Er moet sprake zijn van nauwkeurige overlappingen en een strakke afstand tussen de lampen, zodat het glas continu warmte krijgt zonder onderbrekingen.
Omdat deze buizen een lengte van meer dan 2000 mm hebben, is de warmteduiking een groot probleem. We gebruiken stevig kwartsglas dat deze belasting kan weerstaan. En de bedrading? Die moet ook stevig zijn. We gebruiken industriële connectors die bestand zijn tegen de constante hitte in een tunnelfornuis.
De nadelen (de eerlijke kant)
Lange lampen geven inderdaad een hoge warmtedichtheid, maar ze zijn ook kwetsbaar. Een 2-meter lange buis is veel gevoeliger voor trillingen of kleine stoornissen dan een kortere buis. Je moet ervoor zorgen dat het frame van het fornuis stevig genoeg is.
Bovendien vereisen deze apparaten veel energie. Je moet je transformatoren en contactoren controleren. Als deze niet geschikt zijn voor het extra vermogen, gaan ze snel kapot. Niemand wil immers te maken krijgen met een kapotte transformator middenin een productieproces.